Het VDM-concept

Dit concept kan gezien worden als een belangrijke innovatie in de Manuele Therapie. Na verdere bestudering van de wetmatigheden in de natuurkunde, met name het ruimtetijd-continuüm van Albert Einstein (relativiteitstheorie) en de visie omtrent bewegen, werd door Jo Vandemeulebroucke de behandelwijze van de School voor Manuele Therapie van Utrecht gemodificeerd.

In het VDM-concept worden mobilisaties echter in vier dimensies uitgevoerd : nl. drie ruimtelijke- en één tijdsdimensie. Zodoende is Vandemeulebroucke wereldwijd de allereerste die er in geslaagd is gewrichten in vier dimensies te mobiliseren. Hiervoor is 4D-voorstellingsvermogen – eigelijk visie op gekromde ruimtetijd – nodig … plus de nodige handvaardigheid.

De mobilisaties bieden het sturend bindweefsel (kapsels, ligamenten, tussenwervelschijven, menisci e.d.) uiterst gerichte informatie aan via het zenuwstelsel. Gewrichtsbewegingen worden hierdoor efficiënter uitgevoerd. Spieren en pezen kunnen geschikter functioneren d.w.z. dit vergt minder energie van het lichaam. Dit wordt het minimum principe ook wel economic principle genoemd. Steeds gebeurt de behandeling van hoofd tot voeten, in de gehele bewegingsketen, ongeacht de klachten.

Deze vernieuwende inzichten werden op vraag van de Nederlandse Beroepsvereniging van Manueel Therapeuten onderzocht én bevestigd aan de Universiteit van Maastricht.

Het concept vindt, naast het behandelen van functionele klachten, zijn toepassing in de preventie en prestatieondersteuning bij bv. (top)sport. Altius, citius, fortius. Hoger, sneller, sterker.

Vaak volstaan een heel beperkt aantal behandelingen. Na de behandeling kan men wat spierstijfheid of moeheid ervaren als reactie. Na ongeveer één dag gaat dit over. De tweede behandeling volgt gewoonlijk 7 à 10 dagen later.