Ontwikkeling van het VDM-concept

Ontwikkeling van het VDM-concept

Toen ik Veerle leerde kennen, vertelde ik haar op een avond, tijdens een wandeling aan de oevers van de Leie in Kortrijk : ‘Gezien van der Bijl in drie dimensies mobiliseert, ga ik in vier dimensies mobiliseren’. Compleet overtuigd had ik dit gezegd. Tegen beter weten in, in een staat van verliefdheid. Hoe ik dat zou doen, wist ik op dat moment niet. Ik had er geen flauw idee van.

Ik vond de methode G. van der Bijl van zo een schoonheid doordrongen en haast niet te evenaren dat ik één en al in bewondering was voor deze behandelwijze. Het ligt echter in mijn aard om beter te doen, vooral om mezelf te overtreffen bij dingen waar ik mezelf goed in vind.

Veerle gaat steeds op zoek naar interessante boeken. Waar ze die blijft halen? Het werk van professor John Archibald Wheeler moest wel in mijn handen belanden. Wat me meteen aansprak, is dat Albert Einstein stelt dat alle fysica lokaal is ! Voor mij was dat schokkend nieuws. Dit boek, waar ik het over had in ‘The English Rose’, zou mijn professionele leven sturen en veranderen. Dit lokaal gebeuren in de fysica staat op het eerste gezicht haaks op de opvatting van De School van Utrecht, waar totaliteit hoog in het vaandel gevoerd wordt. Niets gebeurt op zichzelf. G. van der Bijl had echter elke vorm van lokaal behandelen stellig afgezworen en dan stelt de grote Albert Einstein dat alle fysica lokaal is. Voor mij was dat duizelingwekkend.

Zoiets vraagt om onderzoek. Wat betekent dit voor mijn manier van behandelen? Nog steeds behandel ik in een totaliteit. Dit blijft één van de belangrijkste uitgangspunten van de manuele therapie van Utrecht. Einsteins visie kwam echter haar rol meespelen. Ik wilde weten wat bewegen betekent voor deze uitzonderlijke geleerde. Professor Wheeler heeft de verdienste om Einsteins inzichten op een verhelderende wijze aan te brengen. Vanaf dan werd ik meegesleurd in een spannende thriller : de relativiteitstheorie én de ontwikkeling van een nieuwe behandeltechniek.

Wat voor mij van belang is voor de manier van behandelen, is het concept van ruimte-tijd. Dit gegeven genoot mijn aandacht omdat uitgerekend G. van der Bijl Sr. stelde dat men vorm en functie niet los van mekaar kan zien. Vorm – ook structuur genoemd – en functie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik kwam – via John Wheeler – tot de bevinding dat Einstein ruimte en tijd ook onlosmakelijk met elkaar verbonden heeft.

Terwijl de meerderheid van de medische wereld zich blind staart op de structuur wist van der Bijl dat de meeste problemen van functionele aard zijn. Na grondige studie van het handboek van John Wheeler was ik gewonnen voor het concept van ruimte-tijd van Albert Einstein – een vierdimensionale kijk op de fysieke werkelijkheid. Sir Isaac Newton had het over absolute tijd, apart van de ruimte. Net die gelijkenis om vorm en functie te verbinden – door G. van der Bijl – en tijd en ruimte – door Albert Einstein – fascineerde me meteen. Zelf vergeleek ik van der Bijl met Einstein omwille van zijn briljante inzichten.

In ruimte-tijd beweegt alles op dezelfde wijze! Dixit Einstein. Aan De School voor Manuele Therapie van Utrecht kunnen we twee tot de zesentwintigste macht mogelijkheden van functioneren onderscheiden. Omgerekend is dat ongeveer zeventig miljoen. Van diversiteit gesproken. ‘Elk individu is uniek in vorm en functie’ en toch beweegt in ruimte-tijd alles op dezelfde wijze! Hoe zou ik dit kunnen integreren in mijn behandelwijze? Ik moest een techniek ontwikkelen om in vier dimensies te mobiliseren. Eén dimensie meer dan G. van der Bijl. Ik moest dat vinden wat ik zou vinden, hetgeen ik tien jaar eerder had beloofd aan de oevers van de Leie. Men kan een tennisbal aanslaan met topspin of backspin. Eén van beiden. Top- en backspin zijn ook frequent gebruikte termen in Utrecht. Anno 1996 vond ik de oplossing.

Een wervel of een ander botstuk dient gemobiliseerd te worden tegenover een aanpalende wervel of botstuk met topspin in het ene vlak en backspin in het vlak dat daar loodrecht op staat. – Eerste mobilisatiewet van Jo Vandemeulebroucke –

Dat is de absolute voorwaarde om in één dimensie meer te mobiliseren dan bij De School van Utrecht. Het ei van Colombus. Niemand had dit ooit eerder bedacht én uitgevoerd. Dit is wat nodig is om één dimensie verder te gaan dan het meest uitgewerkte mobilisatie-systeem ter wereld.

De volgende component van de mobilisatie is een conjunct rotatie die de geometrie van de gewrichtsarealen respecteert. Elke vorm van adjunct rotatie wordt strikt vermeden. – Tweede mobilisatiewet van Jo Vandemeulebroucke –

Voordien werd er in dit bewegingsvlak teveel bewogen, hetgeen in strijd is met het minimum principle. Een bewegend systeem streeft ernaar om bewegingen economisch en met de minste moeite uit te voeren. Dus geen overacting in de natuur. Einstein spreekt van geodische bewegingen.

De bovenvermelde componenten worden uiterst gelijkmatig én synchroon uitgevoerd. – Derde mobilisatiewet van Jo Vandemeulebroucke –

Een gekromde ruimte-tijd vereist heel wat voorstellingsvermogen. Hier is de vlakke meetkunde van Euclides niet meer aan de orde. Deze unieke kijk op bewegingsfuncties betekent een forse sprong vooruit. Door op deze wijze te mobiliseren, ontvangen de collagene bindweefsels extra gerichte informatie, hetgeen het beoogde doel is in de behandeling. De sturende structuren worden van gerichte informatie voorzien zodat de bewegingsassen in de bewegingsketen opnieuw de meest interessante locaties kunnen innemen. Zo kan de gewrichtsregulering geoptimaliseerd worden. Met sturende structuren bedoel ik de gewrichtskapsels, de gewrichtsbanden, de tussenwervelschijven – dat zijn de disci – en de menisci.

Combinatie van een topspin in het ene vlak met een backspin in het vlak hier loodrecht op, of omgekeerd, backspin in het ene vlak met een topspin in het vlak hier loodrecht op, is dé voorwaarde om in het meest mogelijke aantal dimensies te mobiliseren. Justine Henin en Kim Clijsters kunnen een tennisbal voorzien van topspin of backspin. De manuele therapeut volgens het VDM-concept, beweegt elk botstuk ten opzichte van een aanpalend botstuk tegelijkertijd met topspin en backspin en dit nog eens synchroon en in de gewenste verhouding tot elkaar. Wiskundig kon ik de juistheid van dit inzicht – en zo ook de meerwaarde ervan – aantonen. Elke dimensie verschaft immers gerichte informatie aan de bewegingsregulering.

uit : ‘de technologie van het wonder’Jo Vandemeulebroucke

 

 

admin

Reacties zijn gesloten.